Geldt concurrentiebeding nog bij finale kwijting? |
InleidingIs met het ondertekenen van een vaststellingsovereenkomst waarin finale kwijting wordt afgesproken, het concurrentiebeding uit de arbeidsovereenkomst komen te vervallen? In principe houdt een concurrentiebeding in een arbeidsovereenkomst haar geldigheid als de arbeidsovereenkomst eindigt. Als een contract voor bepaalde tijd van rechtswege eindigt, dan is de werknemer aan het concurrentiebeding gebonden. Ook als een arbeidsovereenkomst wordt verlengd onder dezelfde voorwaarden, is het niet nodig het concurrentiebeding opnieuw op te nemen: deze behoudt haar geldigheid. Finale kwijtingDe situatie wordt echter anders als werknemer en werkgever in een vaststellingsovereenkomst afspreken na afloop van het dienstverband over een weer niets meer van elkaar te vorderen hebben. Dit wordt finale kwijting genoemd. In een dergelijk geval vervalt doorgaans de geldigheid van het concurrentiebeding. Juist doordat beide partijen hebben afgesproken dat ze niets meer van elkaar kunnen eisen, kan de werkgever de werknemer ook niet meer aan het concurrentiebeding houden. Wel spelen de omstandigheden van het geval een rol daarbij, zoals in onderstaand praktijkvoorbeeld te zien is. PraktijkvoorbeeldEen werknemer was in dienst als vertegenwoordiger bij Douwe Egberts in Utrecht. In zijn arbeidsovereenkomst stonden een concurrentiebeding, een geheimhoudingsbeding en een boetebeding. De werknemer werd op een gegeven moment ziek. Terwijl hij nog ziek was, besloten werknemer en werkgever de samenwerking te beëindigen middels een vaststellingsovereenkomst. Daarin werd het geheimhoudingsbeding weer opgenomen. Eveneens werd finale kwijting afgesproken. Toen de werknemer voor een concurrent ging werken, wees de werkgever hem op het concurrentiebeding uit de arbeidsovereenkomst. Deze zou nog steeds van toepassing zijn zodat de werknemer schadeplichtig zou zijn door concurrerende werkzaamheden te gaan doen. Naar de rechterDe werknemer stapte naar de kantonrechter en verzocht de rechter zijn ex-baas te verbieden om boetes op te leggen of een schadevergoeding te eisen. De rechter stelde de werknemer in het gelijk en de werkgever ging in beroep. De rechter ging na wat de partijen over en weer hadden bedoeld met de overeenkomst en wat zij uit elkaars bedoelingen hadden mogen begrijpen (het Haviltex-criterium). De werknemer had in dit geval mogen begrijpen dat hij en de werkgever volledig afscheid van elkaar hadden genomen. De bewoordingen in de vaststellingsovereenkomst zijn daarover duidelijk (finale kwijting). Zeker gezien het feit dat daarin wel de geheimhouding, maar niet het concurrentiebeding opnieuw was opgenomen. Andere omstandighedenAndere factoren speelden ook een rol: de werknemer zat in een re-integratietraject, had geen juridische bijstand en de werkgever betrof een grote en professionele organisatie. De baas had duidelijk moeten zijn wat er onder finale kwijting werd verstaan. Onder die omstandigheden kon een beroep op het concurrentiebeding geen stand houden. Bron: Gerechtshof Amsterdam, 28 april 2009, LJN BJ2741
Bron: Jurofoon.nl ? |
Copyright 2008-2010 AdvocaatvoorArbeidsrecht.nl
Gebruik van artikelen en/of andere elementen van deze site kunt u aanvragen via info@advocaatvoorarbeidsrecht.nl - Zie ook onze Disclaimer.